|
Autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis
die de sociale interactie en de communicatie belemmert en beperkt en
zich steeds herhalend gedrag veroorzaakt. De stoornis begint al voor
het derde levensjaar en kan niet genezen worden. Een persoon met een
ernstige vorm van autisme kan niet zelfstandig leven. Vroeger dacht men
dat alleen zwakbegaafde mensen autistisch konden zijn. Tegenwoordig
wordt autisme als onafhankelijk van de intelligentie beschouwd.
Autisme is afgeleid van het Griekse woord αυτός, zelf.
Indeling
De term autisme kan verwarring wekken omdat men hier soms " klassiek
autisme" mee bedoelt (de zwaarste vorm). Daarom spreekt men nu van autismespectrumstoornis of ASS. Dit is een glijdende schaal met klassiek autisme als zwaarste en het syndroom van Asperger als lichtste vorm.
- Klassiek autisme of Syndroom van Kanner of autistische stoornis; de zwaarste vorm
- PDD-NOS, MCDD, Atypisch autisme
- Hoogfunctionerend autisme (HFA)
- Syndroom van Asperger; de lichtste vorm
Er is discussie over de vraag of het Syndroom van Rett en de Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd bij deze indeling horen.
De hier genoemde stoornissen worden in aparte artikelen beschreven.
Historisch overzicht
Halverwege de negentiende eeuw werd in Engeland al over autisme
geschreven. Daarvoor werden mensen met autisme ‘eenzelvig’ of
‘psychotisch’ genoemd. De Amerikaanse kinderpsychiater Leo Kanner beschreef in 1943 als eerste het infantiel of vroegkinderlijk autisme. Hij nam het woord over van de Zwitserse psychiater Eugen Bleuler
(1857-1939). Deze gebruikte de term echter voor schizofrene patiënten
die moeite hadden om met andere mensen in contact te treden. Pas in
1989, met het succes van de film Rain Man,
kwam er meer aandacht voor de diagnose en erkenning van volwassenen -
met normale begaafdheid. Voorheen kregen vooral kinderen - met een
verstandelijke handicap - de diagnose.
Definitie en beschrijving
Autisme wordt bestudeerd door verscheidene takken van de wetenschap.
Naargelang het vakgebied kan de omschrijving van autisme behoorlijk
verschillen. In de psychologie dient (observeerbaar) gedrag als basis voor de diagnose van autisme. In de neurowetenschap zijn dat vooral de hersenfuncties.
Neurowetenschap
Autisme wordt beschouwd als een ontwikkelingsstoornis met een
neurologische oorzaak. De hersenen van mensen met autisme functioneren
anders. Hierdoor bestaan hun waarnemingen uit losse fragmenten met
weinig verband. Er is echter nog niet vastgesteld welk deel van de hersenen anders zou functioneren.
Gedrag; triade
Drie kenmerkende eigenschappen van autisme zijn afwijkingen in de:
- communicatie
- verbeelding
- sociale interacties
Communicatie
De tekortkomingen in de communicatie
komen al vroeg in de ontwikkeling tot uiting. Communicatie is gebaseerd
op betekenisverlening. Waar taal meestal geen probleem vormt voor
mensen met autisme en een normale begaafdheid, is het toekennen van betekenis aan woorden dat vaak wel.
Men onderscheidt: de expressieve communicatie (het uiten) en de receptieve communicatie (het begrijpen). Voor beide soorten geldt dat voor mensen met autisme de techniek van de taal
- onder andere zinsopbouw en woordenschat - begrijpelijk is, maar dat
de sociale aspecten van communicatie de moeilijkheid vormen. Hieraan
ligt ten grondslag de problematiek van samenhang aanbrengen binnen de
taal en het beperkte inlevings- en verplaatsingsvermogen.
In de praktijk betekent dit dat mensen met autisme goed kunnen
omgaan met alles wat 'letterlijk' en concreet is. Problemen doen zich
voor, als de andere partij bijvoorbeeld woordgrapjes of sarcastische, spreekwoordelijke of emotioneel
gekleurde begrippen gaat gebruiken. Verwijzende woorden, waarbij de
betekenis varieert in tijd, ruimte of persoon (zoals ‘morgen’, ‘onder’,
‘ik’) zijn vaak problematisch. Hoe abstracter de begrippen, hoe
moeilijker het wordt voor mensen met autisme.
Het "om de beurt wat zeggen in een gesprek" is een probleem.
Autisten blijven hangen in hun eigen interesses. Hun verhaal kan
onverwachte wendingen nemen en is vaak associatief en fragmentarisch.
Echolalie
(het herhalen van woorden of zinnen van anderen) komt vaak voor, vooral
bij jongere kinderen met autisme maar is ook merkbaar bij oudere
autisten, vooral in situaties met stress.
Gaze-following:
Bij jonge kinderen zie je een vertraagde ontwikkeling van het volgen
van hoofdbewegingen en de kijkrichting van een andere persoon. De
voorkeur voor het luisteren naar de spraak van anderen ontbreekt.
Verder zijn er afwijkingen in het trekken van de aandacht van de
volwassene.
Als er ook sprake is van een verstandelijke handicap komt dit alles vaak nog duidelijker naar voren. Voor non-verbale communicatie gelden vergelijkbare problemen.
Verbeelding
Lorna Wing verving in 1996 in de triade het begrip stereotyp gedrag door het begrip verbeelding.
- Stereotyp gedrag of herhaling van handelingen, ritueel of dwangmatig gedrag komt veel voor (vooral gedurende de kindertijd).
- Vooral autisten met een verstandelijke handicap kunnen erg dwangmatig vasthouden aan bepaalde gewoontes.
- In het hoofd van een autist is het eigenlijk een chaos. Drukte,
onregelmatigheid en (onvoorspelbare en plotselinge) veranderingen zijn
voor autisten een zware belasting. Zij hebben voortdurend structuur
nodig. Die kunnen ze zelf niet aanbrengen en moet hen dus door de
omgeving worden aangereikt.
- Afwijkingen in de verbeelding uiten zich al vroeg in de
spelontwikkeling; er zit weinig variatie in en zich iets uit het niets
voorstellen lukt nauwelijks. Autisten komen vaak niet verder dan het
kopiëren van andermans gedrag.
- Verbeelding is wat mensen gebruiken om een betekenis toe te kennen aan een bepaald symbool.
Mensen zonder autisme kunnen symbolen op velerlei wijzen toepassen en
vanuit deze basis die toepassingen ook weer in nieuwe situaties
gebruiken, zonder alles opnieuw te moeten leren. Voor mensen met
autisme geldt dit niet. Het gebruik van de betekenis van een symbool in
situatie A helpt hen niet voor het gebruik van hetzelfde symbool in
situatie B. Bij kinderen kan dit bijvoorbeeld betekenen dat zij in de
badkamer hun tanden poetsen, omdat het gebruik van de tandenborstel
gekoppeld is aan de badkamer. Wil men dan dat het kind in de keuken
zijn tanden poetst, dan zal het kind opnieuw betekenis aan de
tandenborstel moeten toekennen. De tandenborstel had namelijk enkel een
betekenis ('tanden poetsen') in combinatie met de badkamer en niet met
de keuken.
- Doordat mensen met autisme in stukjes denken (fragmentarisch)
is het voor hen ook moeilijk om het grote geheel te zien. Als het beeld
dat ze kennen verandert, zullen ze opnieuw beginnen met het waarnemen
van alle individuele kenmerken van het beeld, en met het inpuzzelen van
deze kenmerken wederom komen tot het grote geheel.
Sociale interacties
De stoornis binnen de sociale interactie is vaak het opvallendste
kenmerk van autisme. Mensen verwachten van elkaar een bepaalde vorm van
socialiteit, zeker als het gaat om de opbouw van een relatie, waarin
ook wederkerigheid wordt verwacht.
Voor mensen met autisme kunnen dit soort zaken erg moeilijk zijn,
omdat er voor sociale interacties geen duidelijke en vaste regels zijn
en zij dus weinig houvast hebben. Door hun probleem met empathie is het ook erg moeilijk voor hen om zich in de gevoelens en gedachtengang
van de ander te verplaatsen. Ook zijn mensen met autisme zelf niet goed
in het verwoorden van hun gevoelens, omdat deze veel te abstract zijn
om daar een concrete betekenis aan toe te kennen.
De sociale stoornis kan zich heel divers manifesteren. Er worden vier types onderscheiden:
- Het afzijdige of inalerte type: dit is de klassieke autist,
meestal met een verstandelijke handicap. Overschillig tegenover
vreemden, maar ze aanvaarden lichamelijke toenadering door wie ze
vertrouwen. Omgang met anderen alleen als ze er iets van willen.
- Het passieve type: zij zullen zelf geen initiatief nemen, maar zijn bereid te doen wat hen gevraagd wordt.
- Het actief-maar-bizarre type: neemt initiatief tot sociaal
contact. De wijze waarop is echter onaangepast en eenzijdig. Ze praten
eindeloos over hun eigen thema’s of interesses en gaan alleen van
zichzelf uit. In deze groep komen doorgaans gemiddeld- tot
hoogintelligente personen voor.
- Het stijf-formalistische of hoogdravende type: is overmatig
beleefd en vormelijk. Door hun goede intelligentie weten zij hun
problemen te compenseren en camoufleren. Zij leren sociale regels uit
het hoofd en overleven op basis van aangeleerde of verworven scripts.
Ze missen evenwel de intuïtie,
nodig om de subtiliteiten van het intermenselijk verkeer te begrijpen.
Gebrek aan empathie en sociale naïviteit kenmerken deze groep het meest.
Aantallen
Stijging in de diagnose autisme (rode lijn) ten opzichte van alle psychiatrische ziekten tussen 1993 en 2003 ( NCHS).
Tot voor enkele jaren, toen men enkel het klassiek autisme als ‘echt’ beschouwde, werd aangenomen dat autisme bij 1 op 2200 mensen voorkwam.
Het Steunpunt Expertisenetwerken Vlaanderen
spreekt nu al van 1 op 165. Als daarvan 1 op de 4 vrouw is, wil dat
zeggen; 1 op de 220 mannen zou autist zijn en 1 op de 660 vrouwen. De
uitbreiding van de definitie (met het syndroom van Asperger en PDD-NOS
enzovoort) en de verbetering van de diagnose zouden de belangrijkste
redenen zijn waarom dit cijfer zo spectaculair is gestegen.
Het Vlaamse Autisme Centraal geeft aan dat 1 op 200 mensen zich binnen het autismespectrum bevinden en 1 op 1000 klassiek autisme hebben.
Een op vier mensen met autisme zou vrouw zijn, maar deze vrouwen zouden een lagere intelligentie
hebben. Vooral in de groep van normaal begaafden lijken mannen
oververtegenwoordigd te zijn. Dit is echter niet zeker, het zou kunnen
dat vrouwen, en zeker normaal begaafde vrouwen, minder kans hebben een
diagnose te krijgen. [2]
Autistiform gedrag
Per individu kan de mate waarin autisme zich voordoet sterk
verschillen. Zeer weinig personen vertonen álle symptomen. Het is voor
de praktijk van belang onderscheid te maken tussen personen met autisme
en personen met autistiform gedrag. Binnen de glijdende schaal van de autismespectrumstoornis
wordt autistiform gedrag niet vermeld. Autistiform gedrag is geen
autisme; het is op autisme gelijkend gedrag. Waar bij personen met
autisme de volledige triade aan kenmerken aanwezig is, doet zich bij
mensen met autistiform gedrag slechts een enkel kenmerk van autisme
voor. Autistiform gedrag kan hinderlijk zijn, maar hoeft niet te leiden
tot ongewenst gedrag. Mensen met een gemiddelde begaafdheid kunnen met
autistiform gedrag maatschappelijk normaal functioneren. Autistiform
gedrag grenst aan normaal gedrag en komt daarom vaak voor.
Oorzaken
Wat de oorzaken van autisme betreft, zijn er al vele zaken geopperd.
Sommige lijken op dit moment waarschijnlijker dan andere. Sommige zijn
vrijwel weerlegd. Er zijn er nog maar weinig wetenschappelijk
onderbouwde conclusies.
Waarschijnlijke oorzaken
- Genetisch (erfelijk)
- Een theorie is dat autisme zou worden veroorzaakt door een complexe interactie van verschillende genen. Welke combinatie van genen dat zou zijn, is nog onduidelijk.
- Een genetische screening om autisme op te sporen is er nog lang niet.
- In 90% van de gevallen heeft autisme te maken met een erfelijke aandoening. Dit is onderzocht via tweelingonderzoek en familiestudies. De resterende 10% komt door omgevingsvariabelen.
- De kans dat iemand autisme heeft, is vijftig tot honderd keer groter wanneer nog een andere persoon binnen het gezin
dat heeft. Hoe groter het aantal mensen met autisme binnen een familie,
hoe groter de kans dat er nog kinderen komen met autisme of autistiform
gedrag. De kans dat een echte autist zich voortplant is overigens klein
(vanwege zijn sociale problemen).
- Autisme komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen
- Vergiftiging tijdens de zwangerschap, hier is nog geen consensus over.
- Eén van de theorieën die worden onderzocht, is dat stoornissen in spiegelneuronsystemen met autistische verschijnselen samenhangen.[3]
Weerlegd als oorzaak
- Autisme wordt niet veroorzaakt door een kille of zogenaamde koelkastmoeder,
evenmin als door een patriarchale of extreem godsdienstige of
wetenschappelijke vader. Ouders zijn in ere hersteld en worden al weer
een hele tijd gezien als een deel van de oplossing in plaats van het
probleem.
- Er is geen verband gevonden tussen complicaties tijdens de geboorte en het ontstaan van autisme.
- Er is geen verband gevonden tussen een lekkende darm of vaccinaties en autisme.
- De (ontwikkelings)leeftijd, individuele kwetsbaarheid (andere
syndromen, epilepsie) en in beperkte mate omgevingsinvloeden (de
onaangepaste samenleving) bepalen mede de ernst en de vorm van autisme,
maar niet de oorzaak.
Diagnose
Omschrijving en belang
De diagnose
is de erkenning door een autismedeskundige of een diagnosecentrum op
basis van gedrags- of biologische criteria. De diagnose kan de basis
vormen voor verwerking, ondersteuning en leren. Voor de verwerking is
vooral de erkenning van de diagnose door de omgeving erg belangrijk.
Voor ondersteuning vragen overheidsinstanties een diagnose ter staving.
Weinig personen in de psychische hulpverlening zijn op dit moment goed in staat de diagnose van autismespectrumstoornis ASS - van het zware klassiek autisme tot het mildere Syndroom van Asperger
- correct te stellen. Met de ouders en andere betrokkenen moet gepraat
worden over het huidige en vroegere functioneren van de persoon. Er
moet voldoende tijd genomen worden om het gedrag uitgebreid te
observeren in verschillende contexten en situaties. ‘Offline’-diagnostiek (testen, vragenlijsten) brengt de sociale problemen in het echte leven niet of onvoldoende aan het licht.
Uit differentiële diagnose
volgt dat één van de meest voorkomende aandoeningen die dezelfde
symptomen oplevert verwaarlozing is. Kinderen die erg verwaarloosd
zijn, zoals kastkinderen, kunnen gedrag vertonen dat lijkt op autisme, maar het zeker niet is. Er zijn diagnosecentra in Vlaanderen [4] en Nederland.[5]
Diagnose op basis van gedrag
Gedragsobservaties blijven voorlopig de algemeen aanvaarde basis voor het stellen van een diagnose
van autisme. Dit kan al op jonge leeftijd. Daarbij kijkt de deskundige
vooral naar de (sociale) ontwikkelingsgeschiedenis, de medische
voorgeschiedenis, taalontwikkeling, stereotiep gedrag/interesses/handelingen, cognitief functioneren, neuropsychologische gezondheid (zie ook Sally en Anne), motorische vaardigheden, zelfredzaamheid, en psychisch en sociaal-emotioneel functioneren.
Hoewel diagnostische instrumenten zoals gedragsvragenlijsten en
observatieschalen de betrouwbaarheid verhogen, blijft de juiste
diagnose sterk afhankelijk van de klinische ervaring en de intuïtie van
de diagnosticus in het herkennen van een bepaald gedragspatroon. Met andere woorden, er is nog steeds een aanzienlijk subjectief element in de diagnostiek.
Daarnaast wordt de ontwikkelingsgeschiedenis van de persoon in kaart
gebracht in een gesprek met hem en zijn nabije omgeving (partner,
ouders, vertrouwenspersoon). Door observatie in de vertrouwde omgeving
en/of in een ander milieu en een psychiatrisch onderzoek kan de
diagnose gesteld worden. Andere mogelijke onderzoeken zijn een
neurologisch onderzoek, een psychologisch onderzoek van de cognitieve
mogelijkheden, en het opmaken van een psychologisch educatief profiel
(PEP). Het is belangrijk naar de volledige triade van stoornissen te
kijken, en zich niet te beperken tot een deel ervan, zoals de communicatie of stereotiep gedrag.
Diagnose op basis van biologische kenmerken
Aan sommige universiteiten meent men autisme te kunnen vaststellen op basis van urinetesten naar de stof IAG. Dit stofwisselingsonderzoek is nog in een onderzoeksfase.
Gevolgen
Door de moeilijkheden om langdurige en intensieve contacten op te
bouwen, kan autisme leiden tot een vereenzaamd leven zonder (veel)
sociale contacten. Een minderheid van de volwassen autisten is in staat
een relatie
op te bouwen. Slechts een klein deel van hen heeft kinderen (vaak ook
met autisme). Toch bestaan er volledig autistische gezinnen die door
deze homogeniteit harmonieus functioneren. Zowel op school als in de
werksituatie leidt autisme tot integratiemoeilijkheden en drammerig
gedrag, mogelijk met depressieve buien.
Autistische personen hebben hulp nodig op het gebied van; communicatie, omgang met gevoelens en kritiek, maar ook met geld en huishouden.
Verder heeft het autisme van een persoon vaak ook effect op zijn
omgeving (ouders, broers & zussen, partners, professionelen).
Duidelijkheid over de diagnose, informatie- en ervaringsuitwisseling en
het inzetten van hulpverleners helpen de omgeving in de omgang met
mensen met autisme. Dit gebeurt onder meer via thuisbegeleiding.
Erkenning
Mensen met autisme en hun omgeving hebben in de loop der tijd hard
geijverd voor de erkenning van autisme als een ernstige handicap die
recht geeft op professionele hulp. Om ondersteuning te krijgen moet hun
autisme eerst erkend worden door een team van deskundigen aangesteld
door de overheid.
- Vier op de vijf mensen met autisme krijgen een vorm van
ondersteuning bij wonen en tewerkstelling of zij leven in een
instelling. Ze hebben naast hun autisme soms nog een andere handicap,
zie hiervoor co-morbiditeit.
- Een op de vier mensen met autisme echter moet elke vorm van
ondersteuning ontberen omdat zij geen diagnose hebben en dus ook geen
officiële handicap.
- Mensen met een lichtere vorm van autisme kunnen (afhankelijk van het karakter, de intelligentie en omgevingsfactoren zoals de opvoeding),
hun autisme vaak voldoende camoufleren of compenseren om zelfstandig te
leven. Het valt dan niet op en er wordt geen actie ondernomen.
- Bij veel normaal begaafde personen met autisme wordt de diagnose
pas op latere leeftijd gesteld, tijdens of zelfs na de adolescentie. De
tekorten vallen pas op in intieme relaties, waar spontaneïteit,
inlevingsvermogen, emotionele ondersteuning en wederkerigheid vereist
zijn.
Ondersteuning bij onderwijs
De keuze tussen gewoon en buitengewoon onderwijs (doorgaans voor
personen met een verstandelijke en motorische handicap) hangt af van de
verstandelijke vermogens van het kind, maar ook van de inspanningen van
ouders én de school; (directie, leerkrachten, andere leerlingen, psychopedagogisch consulent).
- Inclusief onderwijs
betekent hoofdzakelijk dat er afgestapt wordt van buitengewoon
onderwijs; dat kinderen en jongeren met autisme die thuishoren in een speciale school nu naar het gewoon onderwijs gaan.
- Geïntegreerd onderwijs
is een systeem waarbij leerkrachten uit het buitengewoon onderwijs
ondersteuning geven aan leerkrachten en/of kinderen in het gewoon
onderwijs. Dit lijkt beter te werken dan het inclusieve onderwijs. In
het secundair en hoger onderwijs echter zijn in dit systeem de (leer-
en gedrags)problemen door hun complexiteit moeilijk op te vangen.
Ondersteuning bij werk
Nauwelijks 6% van alle mensen met autisme hebben een voltijdse
betaalde job, bij autisten met een normale begaafdheid is dat amper het
dubbele. De redenen hiervoor zijn:
- Het cliché-beeld over autisme bij werkgevers die de voordelen vaak niet erkennen
- De moeilijkheden van mensen met autisme om banen te vinden, maar ze vooral om ze te behouden
- Gebrek aan zelfwaardering van de autist zelf
- De onzichtbaarheid van de handicap
- Een autisme-onvriendelijke werkplek
- Gebrek aan ondersteuning vanuit arbeidstrajectbegeleiding en beroepsopleiding
Doorgaans begint ondersteuning met erkenning van de mogelijkheden en
een vroegtijdige diagnose. Voor de meeste mensen met autisme helpt een
autismevriendelijke - concrete en rustige - omgeving.
Behandeling
In sommige gevallen is er ook behandeling nodig. Er zijn reguliere (algemeen aanvaarde) en meer alternatieve behandelingsvormen.
Reguliere behandelingsvormen
Reguliere behandelingsvormen concentreren zich op de triade; sociale interactie, [6] communicatie,[7] interesses en stereotype gedragingen.[8]
Er bestaan algemene benaderingen [9] en specifieke benaderingen.[10]
Alternatieve behandelingsvormen
De meer alternatieve vormen van behandelingen kunnen gericht zijn
op; beïnvloeding van het gedrag, stimuleren van de hersenactiviteit, of
specifiek op het kind zelf. Een voorbeeld hiervan is de sensitherapie.
Medicinale behandelingsvormen
Hoewel er (nog) geen specifiek medicijn tegen autisme is, kan er
indien nodig gekozen worden voor ondersteuning door middel van
medicatie. Met name antipsychotica (zoals haloperidol, risperidon) en antidepressiva (b.v. fluvoxamine). Daarnaast kan men overgaan tot het volgen van voedingsvoorschriften.
Psychologische behandelingsvormen
Bij de psychologische methoden ligt het accent in de
opvoedingsondersteuning; op aanpassen van het kind en de omgeving
(aandacht voor prikkels, eisen, en communicatie) en op een verandering
die voortbouwt op de opvoeding (aandacht voor structurering,
stimulering van sociale vaardigheden en crisisvermindering).
Lotgenotencontact
Naast het volgen van een therapie kan een autistisch persoon zich aansluiten bij een zelfhulpgroep.[11]
Maatschappij en autisme
Sommige mensen streven integratie van autisten in de maatschappij na (o.a. Reuven Feuerstein).
Zij willen een volledige behandeling van autisme. Zij vinden dat mensen
met autisme hun omgeving moeten ontlasten en alleen door ondersteuning
op maat (onder andere therapie) gelukkig en zelfstandig kunnen leven.
Anderen vinden dat mensen met autisme gerespecteerd moeten worden in
hun eigenheid. Autisme is niet alleen het in zichzelf gekeerd zijn en
een vertraagde ontwikkeling, maar in essentie een andere ontwikkeling.
Autistische personen kunnen zich weliswaar totaal anders gedragen aan
de buitenkant, maar hebben eenzelfde manier van informatie verwerken
aan de binnenkant. De stoornis kan alleen in een onaangepaste omgeving
leiden tot een handicap.
Autisten - vooral hoger functionerende zoals Asperger - hoeven niet
behandeld te worden, tenzij zij dat zelf willen. De maatschappij moet
veranderen en opname (inclusie) van autisme mogelijk maken. Toch blijft autisme levenslang en is 'genezing', indien al wenselijk, uitgesloten.
Comorbiditeit
Vaak komen naast autisme andere problemen voor.[12] Verder zijn er vaak ongewone reacties op zintuiglijke prikkels (hypersensiviteit of hyposensitiviteit), afwijkende motoriek, extreme en schijnbaar onlogische angsten. Soms is er een opvallende vaardigheid op een bepaald vlak; tekenen, musiceren [13], hoofdrekenen of vroegtijdig kunnen lezen of er is een enorm geheugen voor feiten. Men spreekt wel van idiot savant. Personen met een echte savant skill vormen een kleine minderheid.
Misverstanden
De maatschappij verbindt de term ‘autisme’ nog steeds aan de kenmerken van klassiek autisme bij personen met een verstandelijke handicap:
opvallende beperkingen in het sociale contact, weinig of geen gesproken
taal, duidelijke motorische stereotypieën en een opvallende weerstand
tegen veranderingen.
Anderzijds heerst ook vaak het misverstand dat autistische kinderen onhandelbaar en agressief zouden zijn.
Autistische personen zijn evenmin altijd 'savants' zoals Rain man.
|